CGM vs FGM vs traditionele glucosemeter: wat is het verschil?
Er zijn vandaag drie grote categorieën glucosemeters: de traditionele bloedglucosemeter (prikmeter), Flash Glucose Monitoring (FGM) en Continue Glucose Monitoring (CGM). Elk systeem heeft eigen voor- en nadelen op vlak van comfort, nauwkeurigheid, alarmen en prijs. We zetten ze helder naast elkaar zodat u weet welk type bij uw situatie past.
Traditionele bloedglucosemeter
De klassieke prikmeter werkt met een kleine bloeddruppel op een teststrip. Het resultaat verschijnt binnen 4 tot 5 seconden. U prikt doorgaans in de zijkant van de vingertop met een prikpen.
Voordelen: goedkoop in aanschaf, zeer nauwkeurig (de Contour Next One haalt een MARD van 8,4%), breed beschikbaar in elke apotheek, geen sensor nodig.
Nadelen: u moet telkens prikken, u krijgt enkel een momentopname zonder trend, en geen alarmen.
Best voor: diabetes type 2 zonder insuline, zwangerschapsdiabetes, en als betrouwbare back-up bij sensorfalen.
Flash Glucose Monitoring (FGM)
FGM meet de glucose via een sensor op de achterkant van de bovenarm. De sensor meet continu in het interstitieel vocht (de vloeistof tussen de huidcellen). Bij de FreeStyle Libre 2 scant u de sensor met uw smartphone; bij de FreeStyle Libre 3 komen de waarden automatisch elke minuut binnen via Bluetooth.
Voordelen: geen dagelijks prikken, continu glucoseverloop met trendpijlen, betaalbaarder dan CGM, terugbetaald via het RIZIV voor de juiste profielen.
Nadelen: het interstitieel vocht loopt 5 tot 15 minuten achter op de bloedwaarde, en de sensoren zijn een terugkerende kost.
Best voor: diabetes type 1, type 2 met insuline, en iedereen die af wil van het dagelijkse prikken.
Continue Glucose Monitoring (CGM)
CGM gaat een stap verder dan FGM: de sensor stuurt automatisch en continu glucosewaarden naar uw smartphone of ontvanger, zonder enige handeling. CGM-systemen zoals de Dexcom G7 hebben uitgebreidere alarmen, waaronder een dringend hypo-alarm dat niet uitgeschakeld kan worden, en kunnen koppelen met een insulinepomp in een hybride closed-loopsysteem.
Voordelen: volledig automatische waarden, uitgebreide en instelbare alarmen, koppeling met insulinepomp mogelijk, Follow-functie voor ouders of mantelzorgers.
Nadelen: duurder dan FGM, en doorgaans een iets kortere sensorduur.
Best voor: diabetes type 1, kinderen, mensen met frequente hypoglykemie en pompgebruikers.
Interstitieel vocht: waarom een sensor soms afwijkt
FGM en CGM meten niet rechtstreeks in het bloed maar in het interstitieel vocht. Daardoor is er een natuurlijke vertraging van ongeveer 5 tot 15 minuten. Bij snel stijgende of dalende glucose (na een maaltijd of tijdens sport) kan het sensorgetal dus afwijken van een vingerprik. Voor kritieke beslissingen, bijvoorbeeld bij een vermoeden van hypoglykemie, blijft een controleprik soms aangewezen. Volg hierin steeds het advies van uw diabetesteam.
Vergelijkingstabel
| Kenmerk | Traditioneel | FGM (Libre 3) | CGM (Dexcom G7) |
|---|---|---|---|
| Prikken nodig | Ja | Nee | Nee |
| Continu meting | Nee | Ja (elke minuut) | Ja (elke 5 minuten) |
| Automatisch | Nee | Ja | Ja |
| Alarmen | Nee | Ja | Ja, uitgebreid |
| MARD | 8 tot 10% | 9,3% | 8,2% |
| Sensorduur | n.v.t. | 14 dagen | 10 dagen |
| RIZIV | Strips deels | Type 1 en type 2 met insuline | Type 1 specifiek |
Welke kiezen?
Kort gesteld: gebruikt u geen insuline, dan is een traditionele meter vaak voldoende. Gebruikt u insuline of wilt u af van het prikken, dan is een FGM-sensor de logische stap. Heeft u nood aan automatische alarmen, pompkoppeling of opvolging op afstand, dan is CGM de beste keuze. Twijfelt u, lees dan onze koopgids of de vergelijking FreeStyle Libre vs Dexcom.
Trendpijlen en Time in Range begrijpen
Een groot voordeel van sensoren tegenover een prikmeter zijn de trendpijlen en de Time in Range:
- Trendpijlen tonen of uw glucose stabiel is, stijgt of daalt en hoe snel. Daarmee kunt u anticiperen, bijvoorbeeld voor een maaltijd of voor het sporten.
- Time in Range (TIR) is het percentage van de tijd dat u binnen uw streefbereik (vaak 3,9 tot 10 mmol/L) blijft. Veel diabetesteams streven naar minstens 70% TIR. Het is een nuttige aanvulling op de HbA1c.
Deze inzichten helpen u en uw arts om patronen te herkennen die met losse vingerprikken onzichtbaar blijven.
Automatische insulinetoediening: pomp en sensor samen (closed loop)
De grootste evolutie in de diabeteszorg is de combinatie van een CGM-sensor met een insulinepomp en een slim algoritme. Zo'n systeem heet een hybride closed loop of automatische insulinetoediening (in het Engels Automated Insulin Delivery, AID).
Het werkt als volgt: de sensor meet continu de glucose, en het algoritme in de pomp past op basis daarvan automatisch de basale insuline aan. Bij een dreigende daling wordt minder of geen insuline gegeven, bij een stijging wat meer. Men spreekt van een hybride systeem omdat u zelf nog wel een bolus geeft voor de maaltijden; de rest verloopt grotendeels automatisch.
Voordelen: een hogere Time in Range, minder hypo's (zeker 's nachts) en een lagere mentale belasting. Vooral mensen met diabetes type 1 halen hier veel voordeel uit.
Compatibiliteit: de Dexcom G7 koppelt met verschillende hybride closed-loopsystemen, en ook Medtronic biedt geïntegreerde pomp-sensorsystemen aan. De FreeStyle Libre heeft hier beperktere maar groeiende mogelijkheden. Welke combinaties in België beschikbaar en terugbetaald zijn, verandert regelmatig. Bespreek dit met uw diabetescentrum.
Uw glucoserapport lezen: TIR, GMI en AGP
Sensoren leveren niet alleen losse cijfers, maar ook rapporten die patronen blootleggen. Drie begrippen zijn essentieel:
- Time in Range (TIR): het percentage van de tijd binnen uw streefbereik (meestal 3,9 tot 10 mmol/L). Internationaal streeft men vaak naar minstens 70% in range, met minder dan 4% onder 3,9 mmol/L en minder dan 1% onder 3,0 mmol/L. Naast TIR kijkt men ook naar Time below range (te laag) en Time above range (te hoog).
- GMI (Glucose Management Indicator): een geschatte HbA1c op basis van uw gemiddelde sensorglucose. Handig om tussen twee bloedafnames door een idee te hebben van uw langetermijnregeling.
- AGP (Ambulatory Glucose Profile): een gestandaardiseerd rapport van één pagina dat uw mediane glucose en de spreiding over een typische dag toont. Daarmee ziet u in één oogopslag op welke momenten uw waarden uitschieten, bijvoorbeeld na het ontbijt of 's nachts.
Deze rapporten zijn een krachtig hulpmiddel in gesprek met uw arts of diabetesverpleegkundige. Ze tonen patronen die met losse vingerprikken onzichtbaar blijven, en helpen om gericht bij te sturen in voeding, beweging of insuline.
Veelgestelde vragen
Welk systeem is het nauwkeurigst?
In onze vergelijking scoort de Dexcom G7 (CGM) het best met een MARD van 8,2%. Onder de traditionele meters is de Contour Next One zeer nauwkeurig (8,4%). De FreeStyle Libre 3 zit op 9,3%. Alle drie zijn betrouwbaar voor dagelijks gebruik.
Mag ik insuline doseren op basis van een sensorwaarde zonder vingerprik?
De moderne FGM- en CGM-systemen zijn doorgaans goedgekeurd voor gebruik zonder bevestigende vingerprik. Bij twijfel, bij klachten die niet kloppen met de sensorwaarde, of bij snel veranderende waarden blijft een controleprik aangewezen. Volg het advies van uw diabetesteam.
Kan ik sporten met een sensor?
Ja. Sensoren zijn ontworpen om te dragen tijdens sport en zijn waterbestendig. Een overpleister of beschermhoesje voorkomt loskomen bij intensief bewegen of zwemmen. Houd er rekening mee dat de sensorwaarde bij snelle veranderingen iets achterloopt op het bloed.
Krijg ik huidirritatie van een sensor?
Sommige mensen ervaren irritatie door de kleefpleister. Wissel dan van plaats bij elke nieuwe sensor, reinig en droog de huid goed, en gebruik indien nodig een barrièrepleister. Bij aanhoudende reacties bespreekt u dit best met uw arts.
Is een sensor ook nuttig bij diabetes type 2?
Voor type 2 met insuline kan een FGM-sensor een grote meerwaarde zijn en is hij vaak terugbetaald. Ook zonder insuline kan een tijdelijk sensorgebruik helpen om het effect van voeding en beweging te zien, al is dat dan meestal op eigen kosten.